Alles over de zwemles en het (leren) zwemmen

Zwemdiploma A

Zwemdiploma A

Het zwemdiploma A is het eerste deel van het Zwem-ABC. Voor dit diploma zijn kinderen het langste bezig (gemiddeld 42 klokuren), maar het legt een goede basis voor een levenlang zwemmen. De eisen die uw kind voor het A diploma moet beheersen, staan op deze pagina. Kijk wel even na via welke instantie uw zwemlesaanbieder de zwemdiploma’s uitgeeft.

Let op: wij raden altijd aan om verder voor het B-diploma te gaan!

 

Eisen voor het zwemdiploma A

 

Onderdelen

Eisen NRZ

Eisen ENVOZ

Aandachtspunten

Schoolslag

50 meter

75 meter

• Horizontale ligging
• Voldoende stuwing
• Goed lang maken (uitdrijven)

Rugslag

50 meter

25 meter

• Horizontale ligging (oren in ’t water)
• Voldoende stuwing
• Geen gebruik van armen

Borstcrawl

5 meter

7 meter

• Horizontale ligging
• Op en neergaande beweging benen
• Benen stoppen niet (continuïteit)
• Armen uit het water

• Ademhaling is nog niet noodzakelijk

Rugcrawl

5 meter

25 meter

• Horizontale ligging (oren in ’t water)
• Op en neergaande beweging benen
• Benen stoppen niet (continuïteit)
• Armen uit het water

Watertrappen

60 seconden

Zie kleding

• Hoofd boven water
• Benen bewegen gelijktijdig

• Watertrappen op dezelfde plek
• Armen mogen meebewegen

• 2x draaien om lengte-as

Drijven buik

• 5 sec. uitdrijven

• Enkele meters schoolslag

• 5 sec. drijven

 

• Uitdrijven is afzet van kant, met de handen langs het hoofd en waarbij  men let op het wegduwen

• Drijven gebeurt na het zwemmen, bij voorkeur met armen wijd en zonder te bewegen (mag wel)

 

Beide vormen:
• Gezicht in het water
• Horizontale ligging

• Bij voorkeur geen ademhaling

Drijven rug

• 5 sec. uitdrijven

• Enkele meters rugslag

• 10 sec. drijven

 

• Uitdrijven is afzet van kant, met de handen langs het hoofd of lichaam, waarbij men let op het wegduwen

• Drijven gebeurt na het zwemmen, bij voorkeur met armen wijd en zonder te bewegen (mag wel)

 

Beide vormen:
• Oren in het water
• Horizontale ligging

• Niet bewegen (behalve afzet)

Onder water zwemmen

Zwemgat 3 meter

(hoek) duik door hoepel op  1 meter diepte

• Bij voorkeur met kopsprong (duik)
• Springen mag (liefst rechtstandig)

• Gelijk onder water zwemmen
• Zwemslag is naar keuze

 

Kleding

• 15 seconden watertrappen

• 12,5 meter schoolslag

• Onder een lijn door

• 12,5 meter rugslag

• 25 meter schoolslag
• Onder een mat door
• 25 meter rugslag
• 1 minuut watertrappen

• Zie uitvoering school- en rugslag
• armen mogen helpen op de rug en bij het watertrappen

Survival

Uit het water klimmen

 

• Geen trapje gebruiken

Te water gaan

Rechtstandige sprong

Rechtstandige sprong

• Bij voorkeur een duik

Naar top