Alles over de zwemles en het (leren) zwemmen

Zwemdiploma C

Zwemdiploma C

Het zwemdiploma C is de laatste stap richting het volledige Zwem-ABC. Voor dit diploma zijn kinderen gelukkig niet heel lang bezig (gemiddeld 12 klokuren), maar het zorgt er wel voor dat kinderen nog sterker en zeer zwemveiliger worden. De eisen die uw kind voor het C-diploma moet beheersen, staan op deze pagina. Kijk wel even na via welke instantie uw zwemlesaanbieder de zwemdiploma’s uitgeeft.

Let op: wij raden altijd aan om het volledige Zwem-ABC te halen!

 

Eisen voor het zwemdiploma C

 

Onderdelen

Eisen NRZ

Eisen ENVOZ

Aandachtspunten

Schoolslag

100 meter

250 meter (slag naar keuze)

• Horizontale ligging
• Voldoende stuwing
• Goed lang maken (uitdrijven)

Rugslag

100 meter

25 meter (samengestelde rugslag)

• Horizontale ligging (oren in ’t water)
• Voldoende stuwing
• Geen gebruik van armen

Borstcrawl

15 meter

12,5 meter

• Horizontale ligging
• Op en neergaande beweging benen
• Benen stoppen niet (continuïteit)
• Armen stoppen niet (continuïteit) en zijn uit het water

• Minimaal 1x een ademhaling, bij voorkeur zijwaarts

Rugcrawl

15 meter

 

• Horizontale ligging (oren in ’t water)
• Op en neergaande beweging benen
• Benen stoppen niet (continuïteit)
• Armen uit het water

Watertrappen

30 seconden met verplaatsen
30 seconden (alleen armen)

 

• Hoofd boven water
• Benen bewegen gelijktijdig

• Watertrappen op dezelfde plek

Drijven buik

• 5 sec. uitdrijven

• Enkele meters schoolslag

• 10 sec. drijven

• 10 seconden drijven
• Zink door uit te ademen

• Uitdrijven is afzet van kant, met de handen langs het hoofd en waarbij men let op het wegduwen

• Drijven gebeurt na het zwemmen, bij voorkeur met de armen wijd en zonder te  bewegen (mag wel)

 

Beide vormen:
• Gezicht in het water
• Horizontale ligging

• Bij voorkeur geen ademhaling

Drijven rug

• 5 sec. uitdrijven

• Enkele meters rugslag

• 20 sec. drijven

• 5 meter hoofdwaarts    wrikken

 

• Uitdrijven is afzet van kant, met de handen langs het hoofd of lichaam,  waarbij men let op het wegduwen

• Drijven gebeurt na het zwemmen, bij voorkeur met de armen wijd en zonder te bewegen (mag wel)

 

Beide vormen:
• Oren in het water
• Horizontale ligging

• Niet bewegen (behalve afzet)

Onder water zwemmen

Zwemgat 9 meter

 

• Met een kopsprong (duik)

• Gelijk onder water zwemmen
• Zwemslag is naar keuze

• Hoepels op 1 meter diepte en op 3 meter van elkaar (geen ademhaling    tussendoor)

• Voorwerp ligt op 2 meter diepte

Kleding

• Met koprol te water

• 15 seconden watertrappen

• 30 sec. Help-houding

• 50 meter schoolslag

• Onder een mat door

• Op een mat klimmen

• 50 meter rugslag

• Zwem 5 meter onder water

• 10 seconde drijven in    paddestoel-houding

• Hurksprong te water

• Drenkeling 10 meter op de rug vervoeren

• Drenkeling naar de kant  brengen

• 50 meter schoolslag

• kleren uit in het water

• Rol mag ook op een lage kant

• Help houding is met hoofd boven water en op de plek. Knieën zijn opgetrokken en ellebogen tegen het lichaam

• Zie uitvoering school- en rugslag
• armen mogen helpen op de rug en bij het watertrappen

Survival

• Uit het water klimmen

• Hoekduik richting bodem

• Koprol in het water

• Zwem 10 meter met bal
• Gooi de bal 2 meter ver

 

• Geen trapje gebruiken
• Hoekduik: armen eerst en benen gestrekt als laatst. Benen gaan geheel onder water.

• Koprol: volledige draai en zwemrichting blijft hetzelfde

Te water gaan

• Kopsprong (duik)

• Hurksprong

 

• Armen en hoofd duiken eerst
• Bij hurksprong eerst de benen en het hoofd blijft boven water

• In een minimale diepte van 2 meter

Naar top