Alles over zwemles, leren zwemmen & zwemveiligheid

Niveau-eisen

Niveau-eisen

Niveau-eisen zwemlesHet Nederlandse zwemonderwijs is kwalitatief goed en probeert kinderen spelenderwijs te leren zwemmen. Het zwemonderwijs zorgt er dan ook voor dat kinderen, bij het behalen van het ABC-diploma, ook echt zwemveilig zijn. Omdat er tijdens de zwemles verschillende zwemonderdelen en zwemslagen worden behandeld, wordt het zwemtraject vaak opgesplitst.

In de praktijk hebben bijna alle zwemlesaanbieders het zwemtraject in verschillende niveau’s opgedeeld en gaan kinderen pas naar een volgend niveau wanneer de vaardigheden worden beheerst.
Ongeacht de verschillende niveau’s tijdens de zwemles, is het einddoel natuurlijk om de verschillende zwemdiploma’s te halen en daarmee een echte vriend van het water te worden.

 

 

Verdeling van het A-traject

Vooral voor het A-diploma zijn er tussentijdse doelen opgesteld. Om naar het volgende niveau over te gaan, dienen eerst de vaardigheden van voorgaande niveau’s te worden beheerst. Gaat men te snel door naar het volgende niveau, dan zal er stagnatie in het zwemproces plaatsvinden.


Welke zwemniveau’s er zijn en welke onderdelen er (meestal) geoefend worden lichten we graag toe:

Niveau 1: watergewenning

Niveau 2: aanleren beenslag

Niveau 3: aanleren schoolslag combinatie

Niveau 4: veel in het diepe zwemmen

Niveau 5: richting het afzwemmen

B- en C-diploma

 

Niet te snel vooruit

Iedereen is tegenwoordig druk en dat komt vaak ook tot uiting tijdens het zwemtraject. Ouders willen dat hun kind snel het diploma haalt, wat in veel gevallen tot frustraties kan leiden. Men vraagt zich af waarom het ‘allemaal zo lang duurt’ en waarom hun kind nog niet naar een volgend groepje mag. Dat dit, zeker in combinatie met een gering communicatievoorziening, tot irritaties kan leiden, mogen duidelijk zijn.

Piramide motorisch leerprocesZweminstructeurs houden zich vooral met onderstaande afbeelding bezig. Ze weten dat wanneer kinderen de ‘oude stof’ nog niet beheersen, het moeilijk zal zijn om nieuwe lesstof aan de kinderen uit te leggen.

Pas wanneer een kind de ‘oude stof’ in zijn of haar systeem heeft gezet (geautomatiseerd), hoeft het hier niet meer bij na te denken. Er kunnen nieuwe oefeningen worden geprobeerd, waarna deze veelvuldig moeten worden geoefend. Hoeft een kind bij deze ‘nieuwe stof’ niet meer na te denken, dan is er weer sprake van automatisering en kunnen er weer nieuwe oefeningen worden geleerd.

 

 

 

 

Wist u dat ook de Zwemles specialist u naar een verder niveau kan brengen? Kijk voor meer informatie bij het onderdeel privé zwemles.

Naar top